Art. 261 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De in artikel 260 bedoelde vergunning wordt verleend aan de persoon op of uit wiens naam de aangifte voor het plaatsen onder de regeling wordt gedaan, voor zover een doeltreffende controle op invoerverboden of -beperkingen of op de naleving van andere voor het in het vrije verkeer brengen geldende bepalingen is verzekerd.

2. De vergunning wordt in beginsel geweigerd wanneer de aanvrager:

- een zware overtreding of herhaalde overtredingen van de douanevoorschriften heeft begaan;

- slechts incidenteel goederen in het vrije verkeer brengt.

Zij kan worden geweigerd wanneer de bovenbedoelde persoon voor rekening handelt van een andere persoon die slechts incidenteel goederen in het vrije verkeer brengt.

3. Onverminderd artikel 9 van het Wetboek kan de vergunning worden ingetrokken wanneer de in lid 2 bedoelde gevallen zich voordoen.