Art. 263 Verordening (EEG) nr. 2454/93
Een vergunning om gebruik te maken van de domiciliëringsprocedure wordt onder de voorwaarden en volgens de bepalingen van de artikelen 264, 265 en 266 verleend aan een ieder die in zijn onderneming of op andere in artikel 253 bedoelde plaatsen goederen in het vrije verkeer wil brengen en die daartoe bij de douaneautoriteiten een schriftelijke aanvraag indient, welke alle voor het verlenen van de vergunning benodigde gegevens bevat met betrekking tot:
- goederen die onder de regeling voor communautair of gemeenschappelijk douanevervoer vallen en waarvoor bovenbedoelde persoon gebruik kan maken van een vereenvoudiging van de aan het kantoor van bestemming te verrichten formaliteiten, overeenkomstig de artikelen 406 tot en met 409;
- onder economische douaneregeling geplaatste goederen, onverminderd artikel 278;
- goederen die na hun aanbieding bij de douane, overeenkomstig artikel 40 van het Wetboek, naar de bovengenoemde onderneming of plaatsen worden vervoerd onder een andere dan de in het eerste streepje bedoelde vervoerregeling;
- goederen die het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht zonder bij een douanekantoor te zijn aangebracht overeenkomstig artikel 41, onder b), van het Wetboek.