Art. 231 Verordening (EEG) nr. 2454/93
Wanneer zij niet uitdrukkelijk bij de douane worden aangegeven, worden de hierna volgende goederen geacht ten uitvoer te zijn aangegeven door de handeling bedoeld in artikel 233, onder b):
a) goederen waarop geen rechten bij uitvoer van toepassing zijn, waaraan ieder handelskarakter vreemd is en die in de bagage van reizigers zijn vervat;
b) in het douanegebied van de Gemeenschap geregistreerde voertuigen die zijn bestemd om weder te worden ingevoerd;
c) de in hoofdstuk 2 van Verordening (EEG) nr. 918/83 bedoelde goederen;
d) andere goederen, in uit economisch oogpunt onbelangrijke gevallen, wanneer de douaneautoriteiten dit toestaan.