Art. 147 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Voor de toepassing van artikel 29 van het Wetboek is het feit dat de goederen die het voorwerp van een verkoop uitmaken, voor het vrije verkeer worden aangegeven, een voldoende aanduiding om de goederen als verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Gemeenschap aan te merken. Een dergelijke aanduiding bestaat ook in de gevallen van opeenvolgende verkopen vóór de bepaling van de douanewaarde, waarbij iedere prijs die deze verkopen tot resultaat hebben, onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 178 tot en met 181, als basis voor de douanewaarde kan worden genomen.
2. Indien de goederen, tussen het tijdstip van de verkoop en het tijdstip van het in het vrije verkeer brengen, in een derde land zijn gebruikt, is toepassing van de transactiewaarde evenwel niet verplicht.
3. De koper dient aan geen enkele andere voorwaarde te voldoen dan partij te zijn bij het koopcontract.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G VAN HILTEN 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO8438
- Hof Amsterdam 30 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2160
- Rb. Haarlem 21 juli 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BR5845
- Rb. Haarlem 15 januari 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BC2454
- Hof Amsterdam 27 september 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9638
- Hof Amsterdam 25 juni 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1845
- CBb 9 september 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AU2841