Art. 143 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Voor de toepassing van artikel 29, lid 1, onder d), en van artikel 30, lid 2, onder c), van het Wetboek worden personen slechts geacht te zijn verbonden indien:
a) zij functionaris of directeur zijn van elkaars zaken;
b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden;
c) zij werkgever en werknemer zijn;
d) enig persoon, hetzij rechtstreeks of zijdelings, 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of aandelen van beiden bezit, controleert of houdt;
e) één van hen de ander, rechtstreeks of zijdelings, controleert;
f) beiden, rechtstreeks of zijdelings, worden gecontroleerd door een derde persoon;
g) zij samen, rechtstreeks of zijdelings, een derde persoon controleren, of
h) zij behoren tot dezelfde familie. Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn:
- echtgenoot en echtgenote,
- ouder en kind,
- broers en zusters (of halfbroers en halfzusters),
- grootouder en kleinkind,
- oom of tante en neef of nicht (oomzeggers),
- schoonouder en schoondochter of schoonzoon,
- zwagers en schoonzusters.
2. Voor de toepassing van deze titel worden personen die in zaken zijn verbonden doordat de één exclusief agent, exclusief distributeur of exclusief concessiehouder, hoedanig ook aangeduid, van de ander is, enkel geacht te zijn verbonden indien zij aan een van de criteria van lid 1 beantwoorden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G VAN HILTEN 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO8438
- Rb. Haarlem 15 januari 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BC2454
- Hof Amsterdam 20 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:580
- Hof Amsterdam 27 september 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9638
- Hof Amsterdam 25 juni 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1845
- Hof Amsterdam 11 december 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AO2860
- Hof Amsterdam 11 december 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AO2850