Hof Amsterdam 25 juni 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1845
De procedure van artikel 181 UCDW is bedoeld om in geval van gegronde twijfel over de aangegeven douanewaarde zoveel mogelijk beschikbare gegevens te vergaren op basis waarvan een verantwoorde, definitieve beslissing over het al dan niet aanvaarden van de aangegeven waarde kan worden genomen. In het bijzonder het beginsel van zorgvuldigheid brengt met zich dat in een dergelijke procedure de aangever ten volle de gelegenheid wordt geboden om te reageren op de door de douane genoemde redenen voor twijfel, eventueel door overlegging van bewijsstukken, waarop vervolgens door de douaneautoriteiten jegens de belanghebbende een definitieve - gemotiveerde – beslissing moet worden genomen, die hem schriftelijk moet worden medegedeeld. Nu in dit geval aan belanghebbende deze gelegenheid niet is geboden, en ook daarna aan belanghebbende niet een definitieve beslissing als bedoeld in artikel 181bis, lid 2, laatste volzin, UCDW is medegedeeld, is een in de UCDW dwingend voorgeschreven, met waarborgen omklede procedure niet nageleefd. Dit verzuim weegt niet zo zwaar dat de uitnodiging tot betaling uit dien hoofde dient te worden vernietigd. Wel dient de procedure alsnog door de inspecteur te worden nageleefd. Met het oog daarop zal de Douanekamer de zaak terugwijzen naar de inspecteur.
De uitspraak op rechtspraak.nl