Hof Amsterdam 11 december 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AO2850
De in deze procedure overgelegde stukken bevatten naar het oordeel van de Douanekamer niet voldoende gegevens om aannemelijk te achten, dat tussen de verkoper en koper, een verbondenheid bestaat als omschreven in artikel 143 van de UCDW. Verder heeft de inspecteur in casu de in artikel 181bis, lid 2, van de UCDW omschreven procedure niet nageleefd, voordat hij de uitnodiging tot betaling aan belanghebbende uitreikte. Het gevolg daarvan moet zijn dat de inspecteur niet gerechtigd is om de aangegeven douanewaarde te corrigeren; de uitnodiging tot betaling is derhalve ten onrechte aan belanghebbende uitgereikt, aldus de Douanekamer.
De uitspraak op rechtspraak.nl