Art. 7 Verordening (EEG) nr. 536/93

Verordening (EEG) nr. 536/93

1. De Lid-Staten nemen alle nodige controlemaatregelen om te waarborgen dat de heffing wordt geïnd op de hoeveelheden melk en melkequivalent die boven een van de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3950/92 bedoelde hoeveelheden op de markt zijn gebracht. Daartoe geldt het volgende:

a) Elke koper die op het grondgebied van een Lid-Staat werkzaam is, wordt door deze Lid-Staat erkend.

Een koper wordt slechts erkend indien hij:

- aantoont handelaar te zijn in de zin van de nationale wetgeving;

- in de betrokken Lid-Staat over ruimten beschikt waar de produktboekhouding, de registers en de overige documenten als bedoeld onder c) door de bevoegde autoriteit kunnen worden geraadpleegd;

- zich ertoe verbindt de produktboekhouding, de registers en de overige documenten als bedoeld onder c), voortdurend bijgewerkt te houden;

- zich ertoe verbindt de in artikel 3, lid 2, bedoelde aangiften aan de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat te bezorgen.

De erkenning wordt ingetrokken indien de bovenstaande bepalingen niet worden nageleefd; zij kan worden ingetrokken indien is geconstateerd dat de koper een andere, krachtens Verordening (EEG) nr. 3950/92 of de onderhavige verordening op hem rustende verplichting bij herhaling niet is nagekomen.

b) De producent is verplicht zich ervan te vergewissen dat de koper aan wie hij levert, is erkend.

c) De kopers houden gedurende ten minste drie jaar de volgende bescheiden ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat: enerzijds een produktboekhouding per tijdvak van twaalf maanden waarin voor elke producent diens naam en adres, de aan het begin en aan het einde van elk tijdvak beschikbare referentiehoeveelheid, de per maand of per periode van vier weken door hem geleverde hoeveelheden melk of melkequivalent en het representatieve en het gemiddelde vetgehalte van zijn leveringen worden vermeld, en anderzijds de handelsdocumenten, de briefwisseling en andere aanvullende gegevens als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad (5) om de bovenbedoelde produktboekhouding te kunnen controleren.

d) De koper is verantwoordelijk voor de boeking uit hoofde van de regeling inzake de extra heffing van alle aan hem geleverde hoeveelheden melk en/of andere zuivelprodukten; in dit verband houdt hij de lijst van de kopers en van de melk of andere zuivelprodukten be- of verwerkende bedrijven die hem melk of andere zuivelprodukten hebben geleverd, alsmede een overzicht van de per maand door elke leverancier geleverde hoeveelheid, gedurende ten minste drie jaar ter beschikking van de bevoegde autoriteit.

e) Bij het ophalen van de melk en/of de andere zuivelprodukten bij de bedrijven gaan deze melk en/of andere zuivelprodukten vergezeld van een document waarin de afzonderlijke leveringen zijn vermeld. Voorts bewaart de koper gedurende ten minste drie jaar aantekeningen ter identificatie van elke afzonderlijke levering.

f) De producenten die over een referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop beschikken, houden gedurende ten minste drie jaar de volgende bescheiden ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat: enerzijds een produktboekhouding per tijdvak van twaalf maanden waarin de hoeveelheid, per maand en per produkt, van de rechtstreeks aan de consument en/of aan groothandelaars, aan affineurs of aan kleinhandelaars verkochte melk en/of zuivelprodukten wordt vermeld, en anderzijds het register overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Richtlijn 92/102/EEG van de Raad (6) van de op het bedrijf voor de melkproduktie gehouden dieren en de bewijsstukken die het mogelijk maken de bovenbedoelde produktboekhouding te controleren.

2. De Lid-Staten nemen de nodige aanvullende maatregelen om:

- de gevallen te controleren waarin geheel of gedeeltelijk afstand van de melkproduktie en/of van de referentiehoeveelheid wordt gedaan overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3950/92, indien de desbetreffende bepalingen worden toegepast;

- te waarborgen dat de betrokkenen van de strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties die bij overtreding van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3950/92 en in de onderhavige verordening jegens hen kunnen worden getroffen, op de hoogte worden gesteld.

3. De Lid-Staat verifieert fysiek of de in de handel gebrachte hoeveelheden melk en melkequivalent juist zijn geboekt en verricht te dien einde controles op het vervoer van melk tijdens het ophalen bij bedrijven, en controleert ter plaatse met name:

a) bij de kopers, de in artikel 3, lid 1, bedoelde afrekeningen en de waarschijnlijkheid van de in lid 1, onder c) en d), bedoelde produktboekhouding en geboekte geleverde hoeveelheden door toetsing aan de handels- en andere documenten waaruit de benutting van de opgehaalde hoeveelheden melk en melkequivalent blijkt;

b) bij de producenten aan wie een referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop is toegewezen, de waarschijnlijkheid van de in artikel 4, lid 1, bedoelde verklaring en van de in lid 1, onder f), bedoelde produktboekhouding.

De Lid-Staten bepalen op basis van een risicoanalyse de te verrichten controles. Per jaar worden op zijn minst gecontroleerd:

- wat het bepaalde onder a) betreft, 40 % van het aantal kopers,

- wat het bepaalde onder b) betreft, 5 % van het aantal betrokken producenten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen