Art. 4 Verordening (EEG) nr. 536/93

Verordening (EEG) nr. 536/93

1. Wat de rechtstreekse verkopen betreft, recapituleert de producent aan het einde van elk van de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3950/92 bedoelde tijdvakken in een verklaring, per produkt, de hoeveelheid van de rechtstreeks aan de consument en/of aan groothandelaars, aan affineurs of aan kleinhandelaars verkochte melk en/of andere zuivelprodukten.

Voor een schrikkeljaar wordt de hoeveelheid melk of melkequivalent verlaagd met hetzij een zestigste van de in de maanden februari en maart rechtstreeks verkochte hoeveelheden, hetzij een driehonderdzesenzestigste van de in het betrokken tijdvak van twaalf maanden rechtstreeks verkochte hoeveelheden.

2. De producent zendt jaarlijks vóór 15 mei zijn verklaring toe aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat.

Bij niet-inachtneming van de termijn is de producent de heffing verschuldigd over de totale hoeveelheid melk en melkequivalent die boven de hem toegewezen referentiehoeveelheid rechtstreeks is geleverd of, indien de referentiehoeveelheid niet is overschreden, een boete gelijk aan de verschuldigde heffing voor een overschrijding van de hem toegewezen referentiehoeveelheid met 0,1 %. Deze boete mag niet meer dan 1 000 ecu bedragen.

Ingeval de verklaring niet vóór 1 juli wordt ingediend, is het bepaalde in artikel 5, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 3950/92 van toepassing na afloop van een termijn van 30 dagen na de aanmaning door de Lid-Staat.

3. De Lid-Staat kan voorschrijven dat de bevoegde autoriteit de producent van het bedrag van de heffing dat deze verschuldigd is, in kennis stelt, na al dan niet, volgens het besluit van de Lid-Staat, de ongebruikte hoeveelheden geheel of gedeeltelijk aan de betrokken producenten opnieuw te hebben toegewezen.

4. De producent maakt jaarlijks vóór 1 september het verschuldigde bedrag volgens de door de Lid-Staat vastgestelde voorschriften aan de bevoegde instantie over.

Indien de betalingstermijn niet in acht wordt genomen, dragen de verschuldigde bedragen een jaarlijkse rente waarvan de rentevoet door de Lid-Staat wordt vastgesteld en die niet lager mag zijn dan de door de Lid-Staat in geval van terugvordering van een onverschuldigd betaald bedrag toegepaste rentevoet.