Art. 8 Verordening (EEG) nr. 95/93
Procedure voor de toewijzing van "slots" 1. a) Behoudens het bepaalde in artikel 10 geeft het feit dat een luchtvaartmaatschappij een haar door de cooerdinator toegewezen "slot" heeft geëxploiteerd, die luchtvaartmaatschappij het recht in de volgende overeenkomstige dienstregelingsperiode hetzelfde "slot" te verlangen.
b) Wanneer niet tot tevredenheid van de betrokken luchtvaartmaatschappijen aan alle aanvragen voor "slots" kan worden voldaan, wordt voorrang verleend aan commerciële luchtdiensten, inzonderheid aan geregelde diensten en geplande niet-geregelde diensten.
c) De cooerdinator houdt tevens rekening met de door de bedrijfstak opgestelde aanvullende prioriteitsregels en zo mogelijk met de door het cooerdinatiecomité aanbevolen aanvullende richtsnoeren waarbij lokale voorwaarden worden toegestaan, mits deze richtsnoeren stroken met het Gemeenschapsrecht.
2. Indien niet aan een aanvraag voor een "slot" kan worden voldaan, geeft de cooerdinator de betrokken luchtvaartmaatschappij hiervan de redenen op een deelt tevens het beste alternatieve "slot" mee.
3. De cooerdinator poogt te allen tijde te voldoen aan ad hoc "slot"-aanvragen voor elk soort luchtvaart, inclusief de privé- en zakenluchtvaart. Hiertoe kunnen naast de nog niet toegewezen "slots" van de in artikel 10 bedoelde pool ook de op korte termijn vrijkomende "slots" worden gebruikt.
4. "Slots" mogen in onderlinge overeenstemming of als resultaat van een volledige of gedeeltelijke overname eenzijdig worden uitgewisseld tussen luchtvaartmaatschappijen dan wel worden overgedragen door een luchtvaartmaatschappij tussen routes of soorten diensten. Dergelijke uitwisselingen of overdrachten moeten doorzichtig zijn en uitvoerbaar worden verklaard door de cooerdinator die moet bevestigen dat:
a) de luchthavenexploitatie niet wordt geschaad;
b) de door een Lid-Staat overeenkomstig artikel 9 opgelegde beperkingen worden nageleefd;
c) een wijziging van gebruik niet onder artikel 11 valt.
5. "Slots" die worden toegewezen aan nieuwe gegadigden die een dienst exploiteren tussen twee communautaire luchthavens kunnen twee seizoenen lang niet volgens lid 4 tussen luchtvaartmaatschappijen worden uitgewisseld of door een luchtvaartmaatschappij van de ene route op de andere worden overgedragen.
6. Om een passende tenuitvoerlegging van de artikelen 4 en 7 te garanderen, kan de Commissie, na overleg met de luchtvaartmaatschappijen, de cooerdinatoren en de luchthavenautoriteiten, aanbevolen normen vaststellen voor de door de cooerdinator te gebruiken geautomatiseerde systemen.
7. Wanneer er klachten zijn over de toewijzing van "slots" onderzoekt het cooerdinatiecomité de zaak en dient het eventueel bij de cooerdinator voorstellen in ten einde de problemen op te lossen.
8. Wanneer de problemen na onderzoek door het cooerdinatiecomité niet kunnen worden opgelost, kan de betrokken Lid-Staat voorzien in bemiddeling door een representatieve organisatie van de luchtvaartmaatschappijen of een andere derde partij.