Art. 6 Verordening (EEG) nr. 95/93
Luchthavencapaciteit 1. Op een luchthaven waar "slots" worden toegewezen, stellen de bevoegde autoriteiten in samenwerking met de vertegenwoordigers van de luchtverkeersleiding, de douane- en immigratieautoriteiten, de luchtvaartmaatschappijen die van de luchthaven gebruik maken en/of hun vertegenwoordigende organisaties, en de luchthavencooerdinator, volgens algemeen erkende methoden tweemaal per jaar de voor toewijzing van "slots" beschikbare capaciteit vast. Wanneer de bevoegde autoriteit niet de luchthavenautoriteit is, dient deze laatste eveneens te worden geraadpleegd.
Een en ander geschiedt op basis van een objectieve analyse van de mogelijkheden om het luchtverkeer te verwerken, met inachtneming van de verschillende soorten verkeer op die luchthaven.
Het resultaat van het onderzoek wordt tijdig vóór de eerste toewijzing van "slots" ter voorbereiding van de planningsconferenties meegedeeld aan de luchthavencooerdinator.
2. Lid 1 mag worden toegepast op luchthavens die overeenkomstig artikel 3 als gecooerdineerd zijn aangewezen.