Art. 3 Verordening (EEG) nr. 95/93
Voorwaarden voor luchthavencooerdinatie 1. De Lid-Staten zijn niet verplicht een luchthaven als gecooerdineerd aan te wijzen, behoudens in overeenstemming met dit artikel.
2. Een Lid-Staat mag evenwel een luchthaven als gecooerdineerde luchthaven laten aanwijzen op voorwaarde dat is voldaan aan de beginselen van doorzichtigheid, onpartijdigheid en niet-discriminatie.
3. i) Wanneer luchtvaartmaatschappijen die meer dan de helft van de diensten op een luchthaven voor hun rekening nemen en/of de luchthavenautoriteiten van oordeel zijn dat de capaciteit voor de bestaande of geplande diensten tijdens sommige perioden ontoereikend is, of
ii) wanneer nieuwe gegadigden op grote moeilijkheden stuiten als zij "slots" willen verkrijgen, of
iii) wanneer een Lid-Staat het noodzakelijk acht,
zorgt de Lid-Staat ervoor dat op de luchthaven zo spoedig mogelijk volgens algemeen erkende methoden een grondige capaciteitsanalyse wordt uitgevoerd om na te gaan of de capaciteit op korte termijn kan worden verhoogd door infrastructuur- of exploitatiewijzigingen en om de voor het oplossen van de problemen benodigde termijn vast te stellen. De analyse wordt periodiek bijgewerkt. Zowel de analyse als de methode waarop zij gebaseerd is, worden ter beschikking van de belanghebbenden gesteld.
4. Wanneer, na overleg met de luchtvaartmaatschappijen die regelmatig van de luchthaven gebruik maken, hun representatieve organisaties, de luchthavenautoriteiten, de luchtverkeersleidingsautoriteiten en de eventueel bestaande passagiersorganisaties, de analyse geen mogelijkheden aangeeft om de ernstige problemen op korte termijn op te lossen, zorgt de Lid-Staat ervoor dat de luchthaven bestempeld wordt als volledig gecooerdineerd voor de perioden waarin de capaciteitsproblemen optreden.
5. Wanneer een volledig gecooerdineerde luchthaven voldoende capaciteit levert om aan de bestaande of geplande diensten te voldoen, wordt die luchthaven niet meer als volledig gecooerdineerd bestempeld.