Art. 12 Verordening (EEG) nr. 95/93, Algemene bepalingen 1. Wanneer, wat de toewijzing van "slots" op luchthavens betreft, blijkt dat een derde land
a) communautaire luchtvaartmaatschappijen geen behandeling toekent die vergelijkbaar is met de behandeling die door Lid-Staten aan luchtvaartmaatschappijen uit dat land wordt toegekend, of
b) communautaire luchtvaartmaatschappijen niet de facto een nationale behandeling toekent, of
c) luchtvaartmaatschappijen uit andere derde landen een gunstiger behandeling toekent dan aan communautaire luchtvaartmaatschappijen,
kunnen in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht ten aanzien van de betrokken luchthaven(s) passende maatregelen worden genomen om dit te verhelpen, inclusief de gehele of gedeeltelijke schorsing van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening ten aanzien van een luchtvaartmaatschappij van dat derde land.
2. De Lid-Staten stellen de Commissie op de hoogte van alle ernstige juridische of feitelijke moeilijkheden die communautaire luchtvaartmaatschappijen ondervinden bij het verwerven van "slots" op luchthavens in derde landen.