Art. 4
1. De individuele referentiehoeveelheid beschikbaar op het bedrijf, is gelijk aan de op 31 maart 1993 beschikbare hoeveelheid, die zo nodig voor elk van de tijdvakken zodanig wordt aangepast dat de sommen van de individuele referentiehoeveelheden voor leveringen respectievelijk voor de rechtstreekse verkoop de in artikel 3 bedoelde overeenkomstige totale hoeveelheden niet overschrijden, rekening houdend met eventuele verminderingen uit hoofde van plaatsing in de nationale reserve als bedoeld in artikel 5.
2. De individuele referentiehoeveelheid wordt op deugdelijk gemotiveerd verzoek van de producent verhoogd of vastgesteld om rekening te houden met veranderingen die van invloed zijn op zijn leveringen en/of zijn rechtstreekse verkoop. De verhoging of vaststelling van een referentiehoeveelheid is slechts mogelijk als de andere referentiehoeveelheid van de producent met dezelfde hoeveelheid wordt verlaagd dan wel wordt opgeheven. Deze aanpassingen mogen voor de betrokken Lid-Staat niet leiden tot een verhoging van de som van de in artikel 3 bedoelde hoeveelheden voor leveringen en rechtstreekse verkoop.
In geval van definitieve wijziging van de individuele referentiehoeveelheden worden de in artikel 3 bedoelde hoeveelheden volgens de procedure van artikel 11 dienovereenkomstig aangepast.
3. Wanneer een producent aan wie overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, laatste alinea, van Verordening (EEG) nr. 857/84 voorlopig een specifieke individuele referentiehoeveelheid is toegewezen, vóór 1 juli 1993 ten genoegen van de bevoegde autoriteit kan aantonen dat hij de rechtstreekse verkoop en/of de leveringen daadwerkelijk heeft hervat en dat zijn rechtstreekse verkoop en/of zijn leveringen in de afgelopen twaalf maanden een niveau van ten minste 80 % van de voorlopige referentiehoeveelheid heeft of hebben bereikt, wordt de specifieke referentiehoeveelheid hem definitief toegewezen. In het andere geval wordt hem definitief een referentiehoeveelheid toegewezen die gelijk is aan de werkelijk geleverde of rechtstreeks verkochte hoeveelheid.
Bij de bepaling van het niveau van de werkelijke rechtstreekse verkoop en/of de werkelijke leveringen wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van het produktietempo op het bedrijf van de producent, de seizoeninvloeden en eventuele buitengewone omstandigheden.
4. Met betrekking tot de bedrijven op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek kan de referentiehoeveelheid voor het tijdvak van 1 april 1993 tot en met 31 maart 1994 voorlopig worden toegekend, op voorwaarde dat de aldus toegekende hoeveelheid in de loop van het tijdvak niet wordt gewijzigd.