Art. 2
1. De heffing is verschuldigd over alle hoeveelheden melk of melkequivalent die in het betrokken tijdvak van twaalf maanden op de markt worden gebracht en een van de in artikel 3 bedoelde hoeveelheden overschrijden. De heffing wordt verdeeld over de producenten die tot de overschrijding hebben bijgedragen.
De bijdrage van de producenten aan de betaling van de verschuldigde heffing wordt naar keuze van de Lid-Staat vastgesteld al dan niet na herverdeling van de ongebruikte referentiehoeveelheden, hetzij op het niveau van de koper naar gelang van de resterende overschrijding nadat alle ongebruikte referentiehoeveelheden zijn verdeeld in verhouding tot de referentiehoeveelheden die ter beschikking staan van elk van deze producenten, hetzij op nationaal niveau naar gelang van de mate waarin de voor elk van deze producenten beschikbare referentiehoeveelheden zijn overschreden.
2. Wat de leveringen betreft, betaalt de heffingsplichtige koper aan de bevoegde instantie van de Lid-Staat vóór een nader te bepalen datum en overeenkomstig nader te bepalen voorwaarden het verschuldigde bedrag, dat hij inhoudt op de prijs die hij voor de melk verschuldigd is aan de producent die de uiteindelijke schuldenaar van de heffing is of op een andere wijze met passende middelen int.
Indien een koper geheel of gedeeltelijk in de plaats treedt van een of meer kopers, worden de afzonderlijke referentiehoeveelheden waarover elk van de producenten beschikt, in aanmerking genomen voor de voltooiing van het lopende tijdvak van twaalf maanden, onder aftrek van de reeds geleverde hoeveelheden en rekening houdend met het vetgehalte daarvan. Hetzelfde geldt wanneer een producent van koper verandert.
Wanneer de door een producent geleverde hoeveelheden de referentiehoeveelheid overschrijden waarover hij beschikt mag de koper, als voorschot op de verschuldigde heffing, op de door de Lid-Staat vastgestelde wijze, een bedrag inhouden op de prijs van alle melkleveringen van die producent die deze ter beschikking staande referentiehoeveelheid overschrijden.
3. Wat rechtstreekse verkoop betreft, betaalt de producent vóór een nader te bepalen datum en overeenkomstig nader te bepalen voorwaarden de verschuldigde heffing aan de bevoegde instantie van de Lid-Staat.
4. Wanneer de heffing verschuldigd is en het geïnde bedrag hoger is dan die heffing, kan de Lid-Staat het te veel geïnde bedrag gebruiken voor de financiering van de in artikel 8, eerste streepje, bedoelde maatregelen en/of dit terugbetalen aan producenten die behoren tot prioritaire categorieën die de Lid-Staat vaststelt op basis van te bepalen objectieve criteria of die te kampen hebben met een uitzonderlijke situatie die is ontstaan door een niet met deze regeling verband houdende nationale maatregel.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 13 januari 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AV0326
- CBb 8 november 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AZ2659
- CBb 8 juni 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AT7267
- CBb 26 januari 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AS5224
- CBb 19 november 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AR6913
- CBb 8 januari 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AF3402
- CBb 20 november 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AF1198
- CBb 9 augustus 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE6742
- CBb 31 mei 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE6023