Art. 3

De sommen van de individuele referentiehoeveelheden voor leveringen respectievelijk voor de rechtstreekse verkoop mogen niet groter zijn dan de overeenkomstige totale hoeveelheden die voor elke Lid-Staat worden vastgesteld.

Indien de Raad beslist deze totale hoeveelheden aan te passen aan de marktsituatie, worden deze aanpassingen uitgedrukt als een percentage van de voor het voorafgaande tijdvak in acht te nemen totale hoeveelheden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen