Art. 190 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. Indien de douanewetgeving in facultatieve zekerheidstelling voorziet, oordelen de douaneautoriteiten of zekerheid moet worden geëist, in de mate waarin het niet zeker is dat de betaling binnen de gestelde termijnen van een douaneschuld die is of kan ontstaan, gewaarborgd is.
Indien de in de eerste alinea bedoelde zekerheid niet wordt geëist, kunnen de douaneautoriteiten niettemin de in artikel 189, lid 1, bedoelde persoon vragen dat deze zich ertoe verbindt de verplichtingen waartoe hij wettelijk is gehouden, na te komen.
2. De in lid 1, eerste alinea, bedoelde zekerheidstelling kan worden geëist:
- hetzij op het tijdstip zelf waarop de bepalingen worden toegepast die in de mogelijkheid voorzien een dergelijke zekerheidstelling te eisen,
- hetzij op enig later tijdstip waarop de douaneautoriteiten vaststellen dat de betaling binnen de gestelde termijnen van de douaneschuld die is of kan ontstaan, niet zeker is.