Art. 192 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. Indien de douanewetgeving tot zekerheidstelling verplicht, stellen de douaneautoriteiten het bedrag van deze zekerheid vast op een niveau dat gelijk is aan:

- het juiste bedrag van de desbetreffende douaneschuld of -schulden, indien dit bedrag op het tijdstip waarop de zekerheidstelling wordt geëist, nauwkeurig kan worden bepaald,

- het door de douaneautoriteiten geraamde hoogste bedrag van de douaneschuld of -schulden die zijn of kunnen ontstaan in de overige gevallen.

Indien voor douaneschulden waarvan het bedrag in de tijd varieert, een doorlopende zekerheid wordt gesteld, dient deze zekerheid op een zodanig niveau te worden vastgesteld dat het bedrag van de betrokken douaneschulden steeds is gedekt.

2. Indien de douanewetgeving in facultatieve zekerheidstelling voorziet en de douaneautoriteiten zekerheidstelling eisen, stellen deze autoriteiten het bedrag van de zekerheid vast op een niveau dat niet hoger ligt dan dat bedoeld in lid 1.

3. De gevallen waarin en de voorwaarden waaronder een forfaitaire zekerheid kan worden gesteld, worden vastgesteld volgens de procedure van het Comité.