Art. 185 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. Communautaire goederen die, na uit het douanegebied van de Gemeenschap te zijn uitgevoerd, opnieuw in dit douanegebied worden binnengebracht en binnen een termijn van drie jaar in het vrije verkeer worden gebracht, worden op verzoek van de belanghebbende van rechten bij invoer vrijgesteld.
Evenwel geldt dat:
- de termijn van drie jaar kan worden overschreden om rekening te houden met bijzondere omstandigheden;
- indien de terugkerende goederen vóór hun uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap in het vrije verkeer waren gebracht met toepassing van een verlaagd recht bij invoer of van een nulrecht uit hoofde van het gebruik ervan voor bijzondere doeleinden, de in lid 1 bedoelde vrijstelling slechts mag worden verleend indien de goederen opnieuw voor dezelfde doeleinden worden gebruikt.
Indien de goederen niet voor dezelfde doeleinden worden gebruikt, wordt het bedrag aan rechten bij invoer waaraan zij zijn onderworpen, verminderd met het bedrag dat eventueel is geheven op het tijdstip waarop zij voor het eerst in het vrije verkeer werden gebracht. Als dit laatste bedrag hoger is dan het bedrag dat voortvloeit uit het in het vrije verkeer brengen van de terugkerende goederen, wordt geen terugbetaling verleend.
2. De in lid 1 bedoelde vrijstelling van rechten bij invoer wordt niet verleend voor:
a) goederen die in het kader van de regeling passieve veredeling uit het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd, tenzij deze goederen zich nog bevinden in de staat waarin zij werden uitgevoerd;
b) goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een communautaire maatregel die de uitvoer ervan naar derde landen inhield. De gevallen waarin en de voorwaarden waaronder van deze bepaling kan worden afgeweken, worden vastgesteld volgens de procedure van het Comité.