Art. 12
1. De douaneautoriteiten verstrekken op schriftelijk verzoek bindende tariefinlichtingen overeenkomstig de volgens de procedure van het Comité vastgestelde nadere regels.
2. De bindende tariefinlichting verbindt de douaneautoriteiten tegenover de verkrijger van de inlichting slechts voor wat de tariefindeling van een goed betreft.
De bindende tariefinlichting verbindt de douaneautoriteiten slechts ten aanzien van de goederen waarvoor de douaneformaliteiten worden vervuld na de datum waarop de inlichting door die autoriteiten is verstrekt.
3. De verkrijger van de inlichting moet aantonen dat het aangegeven goed in elk opzicht overeenstemt met het goed dat in de inlichting is beschreven.
4. Een bindende tariefinlichting is zes jaar geldig, te rekenen vanaf het tijdstip van de verstrekking. In afwijking van artikel 8 wordt zij met terugwerkende kracht ingetrokken indien zij is verstrekt op de grondslag van onjuiste of onvolledige gegevens van de aanvrager.
5. Een bindende tariefinlichting verliest haar geldigheid:
a) indien zij ten gevolge van de vaststelling van een verordening met het aldus geldende recht niet meer in overeenstemming is;
b) indien zij niet langer verenigbaar is met de interpretatie van een van de nomenclaturen als bedoeld in artikel 20, lid 6, hetzij op communautair niveau door een wijziging in de toelichtingen bij de gecombineerde nomenclatuur of door een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap, hetzij op internationaal niveau door een indelingsadvies of door een door de Internationale Douaneraad aangenomen wijziging van de toelichtingen bij de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen; in dat geval is de datum waarop de bindende tariefinlichting haar geldigheid verliest, die van de bekendmaking van deze maatregelen of, voor internationale maatregelen, de datum van een mededeling van de Commissie, in de C-serie van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen;
c) indien de verkrijger van de inlichting in kennis is gesteld van de intrekking of de wijziging van de bindende tariefinlichting.
6. Een bindende tariefinlichting die overeenkomstig lid 5, onder b) of c), haar geldigheid verliest, mag door de verkrijger van de inlichting nog gedurende een periode van zes maanden te rekenen vanaf het tijdstip van de desbetreffende bekendmaking of kennisgeving worden gebruikt, indien de verkrijger van de inlichting vóór de aanneming van de tariefmaatregel in kwestie vaste en definitieve overeenkomsten voor de aankoop of de verkoop van de betrokken goederen heeft gesloten. Indien het echter gaat om produkten waarvoor bij de vervulling van de douaneformaliteiten een invoer-, uitvoer- of prefixatiecertificaat wordt overgelegd, wordt de periode van zes maanden vervangen door de resterende geldigheidsduur van het betrokken certificaat.
In het in lid 5, onder a), bedoelde geval kan in de verordening een termijn worden vastgesteld gedurende welke de vorige alinea van toepassing is.
7. De toepassing, onder de voorwaarden van lid 6, van de indeling die in de bindende tariefinlichting is aangegeven, geldt alleen voor:
- de vaststelling van de rechten bij invoer of bij uitvoer,
- de berekening van de restituties bij uitvoer en van alle andere bedragen die bij invoer of uitvoer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden toegekend,
- het gebruik van invoer-, uitvoer- of prefixatiecertificaten die worden overgelegd bij het vervullen van de formaliteiten met het oog op de aanvaarding van de douaneaangifte betreffende de betrokken goederen, voor zover deze vergunningen of certificaten zijn afgegeven op basis van voornoemde inlichting.
Daarenboven kan in uitzonderlijke gevallen, waarin de goede werking van de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vastgestelde regelingen in gevaar kan komen, volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG (4) en van de overeenkomstige artikelen in andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten, besloten worden om af te wijken van het bepaalde in lid 6.
Afdeling 4
Overige bepalingen
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3283
- Hof Arnhem 26 januari 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AV2216
- Conclusie A-G Overgaauw 21 maart 2008, ECLI:NL:PHR:2008:AZ4335
- Hof Amsterdam 28 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5352
- Hof Amsterdam 31 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AO1513
- Hof Amsterdam 24 augustus 1999, ECLI:NL:GHAMS:1999:AM2605