Art. 4 Verordening (EEG) nr. 2080/92, Steunprogramma's
1. De Lid-Staten leggen de in artikel 2 bedoelde steunregeling ten uitvoer via nationale of regionale meerjaren-programma's die de in artikel 1 vermelde doelstellingen beogen en waarin met name worden aangegeven:
- de bedragen en de looptijd van de in artikel 2 bedoelde steun op basis van de werkelijke uitgaven voor de bebossing en het onderhoud van de voor de bebossing gebruikte boomsoorten of -typen, of op basis van het inkomensverlies,
- de voorwaarden voor de toekenning van de steun, met name die welke de bebossing betreffen,
- de maatregelen die zijn genomen met het oog op de evaluatie van en de controle op de gevolgen voor het milieu en de verenigbaarheid met de criteria voor de ruimtelijke ordening,
- de aard van de reeds getroffen of overwogen begeleidende maatregelen,
- de maatregelen die zijn genomen met het oog op een doeltreffende voorlichting van landbouw- en plattelandskringen,
2. De Lid-Staten kunnen eveneens zoneplannen voor bebossing ten uitvoer leggen, waarin de verscheidenheid aan milieusituaties, natuurlijke omstandigheden en landbouwstructuren tot uiting komt.
De zoneplannen voor bebossing hebben met name betrekking op:
- de vaststelling van een bebossingsdoelstelling,
- de voorwaarden ten aanzien van de ligging en de groepering van de te bebossen percelen,
- de bosbouwpraktijken die moeten worden nageleefd,
- de selectie van boomsoorten die zijn aangepast aan de plaatselijke omstandigheden.