Art. 3 Verordening (EEG) nr. 2080/92, Steunbedragen

Verordening (EEG) nr. 2080/92

Voor de in artikel 2 bedoelde steun worden de maximumbedragen die voor financiering in aanmerking komen, vastgesteld op:

a) met betrekking tot bebossingskosten:

- 2 000 ecu/ha voor de aanplant van eucalyptus;

- 3 000 ecu/ha voor de aanplant van naaldhout;

- 4 000 ecu/ha voor de aanplant van loofbomen of gemengde opstanden met ten minste 75 % loofbomen;

b) met betrekking tot de kosten voor onderhoud:

- 250 ecu/ha/jaar de eerste twee jaar en 150 ecu/ha/jaar de volgende jaren, voor naaldhoutopstanden;

- 500 ecu/ha/jaar de eerste twee jaar en 300 ecu/ha/jaar de volgende jaren, voor loofhoutopstanden of gemengde opstanden met ten minste 75 % loofbomen.

De Lid-Staten mogen de onder a) en b) genoemde steunbedragen samenvoegen en dit totaalbedrag verspreid over vijf jaar uitbetalen, op voorwaarde dat het onderhoud van de nieuwe aanplant veilig wordt gesteld;

c) met betrekking tot de premie ter compensatie van inkomensverliezen:

- 600 ecu/ha/jaar bij bebossing door een landbouwbedrijfshoofd of een groep van landbouwbedrijfshoofden die de grond voor de bebossing exploiteerde,

- 150 ecu/ha/jaar bij bebossing door een andere in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde begunstigde,

gedurende maximaal 20 jaar na de eerste aanplant;

d) met betrekking tot de kosten voor verbetering van bospercelen:

- 700 ecu/ha voor verbetering van bospercelen en aanleg van windsingels,

- 1 400 ecu/ha voor vernieuwing en verbetering van kurkeikopstanden,

- 18 000 ecu/km voor bosbedrijfswegen,

- 150 ecu/ha bospercelen voorzien van brandstroken en bluswatervoorzieningen.

Als hierboven bedoelde verbeteringskosten worden ook de kosten voor het aanpassen van landbouwmachines met het oog op de uitvoering van bosbouwwerkzaamheden in aanmerking genomen.

Wanneer een Lid-Staat daartoe een met redenen omkleed verzoek indient, kan de Commissie, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, volgens de procedure van artikel 5 besluiten de maximumbedragen voor verbetering van bospercelen en vernieuwing en verbetering van kurkeikopstanden te verhogen tot ten hoogste 1 200 ecu, respectievelijk 3 000 ecu.

Vorige artikelen

Volgende artikelen