Art. 9 Verordening (EEG) nr. 218/92
1. De krachtens deze verordening in welke vorm dan ook verstrekte inlichtingen zijn vertrouwelijk. Zij vallen onder het beroepsgeheim en genieten de bescherming waarin voor soortgelijke inlichtingen wordt voorzien door de nationale wetgeving van de ontvangende Lid-Staat en door de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire autoriteiten gelden.
In ieder geval mogen dergelijke inlichtingen:
- uitsluitend ter kennis worden gebracht van personen die rechtstreeks bij de vaststelling van de grondslag, de inning of de administratieve controle van de belastingen zijn betrokken, ten einde de belastingheffing te verzekeren, of van personen bij de commmunautaire instellingen wier taak vereist dat zij daartoe toegang hebben;
- daarenboven gebruikt worden in met de eventuele toepassing van sancties gepaard gaande gerechtelijke of administratieve procedures, ingesteld in verband met inbreuken op de belastingwetgeving.
2. In afwijking van lid 1 staat de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die de inlichtingen verstrekt toe dat deze inlichtingen in de verzoekende Lid-Staat ook voor andere doeleinden worden gebruikt, indien de wetgeving van de aangezochte Lid-Staat het gebruik van de inlichtingen voor soortgelijke doeleinden zou toestaan.
3. Wanneer de verzoekende autoriteit van mening is dat inlichtingen die zij van de aangezochte autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Lid-Staat, kan zij deze inlichtingen met toestemming van de aangezochte autoriteit aan de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lid-Staat doorgeven.