Art. 7 Verordening (EEG) nr. 218/92

Verordening (EEG) nr. 218/92

1. De aangezochte autoriteit van een Lid-Staat verstrekt de in artikel 5, lid 2, bedoelde inlichtingen aan de verzoekende autoriteit van een andere Lid-Staat op voorwaarde dat:

- het aantal en de aard van de binnen een bepaalde periode door deze verzoekende autoriteit ingediende verzoeken om inlichtingen deze aangezochte autoriteit administratief niet onevenredig zwaar belasten;

- deze verzoekende autoriteit eerst alle gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van de inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven omstandigheden had kunnen benutten zonder het verkrijgen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen;

- deze verzoekende autoriteit slechts om bijstand verzoekt, indien zij zelf in staat is om aan de verzoekende autoriteit van een andere Lid-Staat soortgelijke bijstand te verlenen.

Overeenkomstig de procedure van artikel 10 en rekening houdend met de ervaring met het nieuwe systeem voor administratieve samenwerking gedurende het eerste jaar van toepassing, legt de Commissie vóór juli 1994 algemene criteria ter omschrijving van de reikwijdte van deze verplichtingen voor.

2. Wanneer een verzoekende autoriteit niet in staat is aan de algemene bepalingen van lid 1 te voldoen, stelt zij de aangezochte autoriteit daarvan onverwijld en met opgave van redenen in kennis. Wanneer een aangezochte autoriteit van oordeel is dat niet aan de algemene bepalingen van lid 1 is voldaan en zij derhalve niet gehouden is tot het verstrekken van de gevraagde inlichtingen, stelt zij de verzoekende autoriteit daarvan onverwijld en met opgave van redenen in kennis. De verzoekende autoriteit en de aangezochte autoriteit trachten tot overeenstemming te komen. Slagen zij daar niet in binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de kennisgeving, dan kan elk van beide autoriteiten verzoeken de zaak volgens de procedure van artikel 11 te behandelen.

3. Dit artikel laat de toepassing van Richtlijn 77/799/EEG onverlet voor de uitwisseling van inlichtingen als bedoeld in artikel 5, lid 1.