Art. 12 Verordening (EEG) nr. 218/92
1. In zaken van bilateraal belang kunnen de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten rechtstreeks met elkaar in contact treden. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten kunnen, in onderlinge overeenstemming, autoriteiten die zij aanwijzen, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden in bepaalde gevallen of bepaalde groepen van gevallen.
2. Voor de toepassing van deze verordening nemen de Lid-Staten alle nodige maatregelen ten einde:
a) een goede interne cooerdinatie tussen de in artikel 1 bedoelde bevoegde autoriteiten te verzekeren;
b) te zorgen voor rechtstreekse samenwerking tussen de autoriteiten die zij speciaal met die cooerdinatie belasten;
c) passende regelingen te treffen om een goed functioneren van het bij deze verordening ingestelde systeem voor de uitwisseling van inlichtingen te verzekeren.
3. De Commissie deelt alle inlichtingen die zij ontvangt en die zij kan verstrekken zo spoedig mogelijk aan de bevoegde autoriteit van elke Lid-Staat mee.