Art. 6 Verordening (EEG) nr. 218/92

Verordening (EEG) nr. 218/92

1. De bevoegde autoriteit van elke Lid-Staat houdt een elektronische gegevensbasis bij waarin alle personen zijn opgenomen aan wie in de betrokken Lid-Staten een BTW-identificatienummer is toegekend.

2. De bevoegde autoriteit van een Lid-Staat kan te allen tijde op basis van de overeenkomstig artikel 4, lid 1, verkregen gegevens rechtstreeks bevestiging krijgen van de geldigheid van het BTW-identificatienummer waaronder een persoon een intracommunautaire levering van goederen of diensten heeft verricht of ontvangen of wel deze bevestiging aan zich doen toezenden. Op speciaal verzoek deelt de aangezochte autoriteit tevens de datum mee waarop het BTW-identificatienummer is toegekend en, eventueel, de datum vanaf welke het niet meer geldig is.

3. Op verzoek verstrekt de bevoegde autoriteit ook onverwijld de naam en het adres van de persoon aan wie het nummer is toegekend, mits die inlichtingen door de verzoekende autoriteit niet worden opgeslagen om ze eventueel op een later tijdstip te gebruiken.

4. De bevoegde autoriteit van elke Lid-Staat zorgt ervoor dat de personen die betrokken zijn bij intracommunautaire leveringen van goederen of intracommunautaire diensten, bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van een aan een bepaalde persoon toegekend BTW-identificatienummer.

5. Indien de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten voor de toepassing van dit artikel inlichtingen in elektronische gegevensbases opnemen en die inlichtingen langs elektronische weg uitwisselen, nemen zij de maatregelen die noodzakelijk zijn om naleving van artikel 9 te verzekeren.

Uitspraken die dit artikel aanhalen