Art. 4 Verordening (EEG) nr. 218/92

Verordening (EEG) nr. 218/92

1. De bevoegde autoriteit van elke Lid-Staat houdt een elektronische gegevensbasis bij waarin zij de inlichtingen opslaat en verwerkt die zij verzamelt overeenkomstig artikel 22, lid 6, onder b), van Richtlijn 77/388/EEG. Met het oog op het gebruik van deze inlichtingen in de bij deze verordening ingestelde procedures worden de inlichtingen opgeslagen voor een periode van ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin toegang tot de inlichtingen moet worden verleend. De Lid-Staten dragen zorg voor het actueel, volledig en nauwkeurig houden van de gegevensbasis. Volgens de procedures van artikel 10 worden de criteria vastgesteld aan de hand waarvan wordt bepaald welke wijzigingen niet belangrijk, wezenlijk of nuttig zijn en derhalve niet aangebracht hoeven te worden.

2. Op basis van de overeenkomstig lid 1 verzamelde gegevens verkrijgt de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat automatisch en onverwijld van elke andere Lid-Staat, of heeft zij rechtstreeks toegang tot, de volgende inlichtingen:

- het BTW-identificatienummer dat is toegekend door de Lid-Staat die de inlichtingen ontvangt, alsmede

- de totale waarde van alle intracommunautaire leveringen van goederen aan de personen aan wie die nummers zijn toegekend, door alle in de Lid-Staat die de inlichtingen verschaft voor BTW-doeleinden geïdentificeerde handelaren; deze waarde wordt uitgedrukt in de munteenheid van de Lid-Staat die de inlichtingen verschaft en heeft betrekking op kalenderkwartalen.

3. Op basis van de overeenkomstig lid 1 verzamelde gegevens, verkrijgt de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat, wanneer zij het nodig acht intracommunautaire verwervingen van goederen te controleren, doch uitsluitend met het oog op de bestrijding van belastingfraude, rechtstreeks en onverwijld, of heeft zij rechtstreeks toegang tot, de volgende andere inlichtingen:

- de BTW-identificatienummers van personen die de in het tweede streepje van lid 2 bedoelde leveringen hebben verricht, alsmede

- de totale waarde van deze leveringen door elk van deze personen aan elke persoon aan wie een BTW-identificatienummer als bedoeld in het eerste streepje van lid 2 is toegekend; deze waarde wordt uitgedrukt in de munteenheid van de Lid-Staat die de inlichtingen verschaft en heeft betrekking op kalenderkwartalen.

4. Wanneer de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat verplicht is toegang tot inlichtingen te verlenen krachtens dit artikel, doet zij dit, voor de inlichtingen bedoeld in de leden 2 en 3, binnen drie maanden na het einde van het kalenderkwartaal waarop de inlichtingen betrekking hebben. In afwijking van het vorenstaande wordt, indien in de omstandigheden als bedoeld in lid 1 inlichtingen aan de gegevensbasis zijn toegevoegd, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen drie maanden na het kalenderkwartaal waarin de aanvullende inlichtingen zijn verkregen toegang tot deze toegevoegde inlichtingen verleend; de voorwaarden voor het beschikbaar stellen van de gecorrigeerde inlichtingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 10.

5. Indien de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten voor de toepassing van dit artikel inlichtingen in elektronische gegevensbases opnemen en die inlichtingen langs elektronische weg uitwisselen, nemen zij de maatregelen die noodzakelijk zijn om naleving van artikel 9 te verzekeren.