Art. 13

1. Voor het handelsverkeer van dieren van de soorten die vatbaar zijn voor de in bijlage A vermelde ziekten of voor de in bijlage B vermelde ziekten in het geval de Lid-Staat van bestemming in aanmerking komt voor de garanties als bedoeld in de artikelen 14 en 15, alsook voor het handelsverkeer van sperma, eicellen of embryo's daarvan, van en naar overeenkomstig bijlage C erkende instellingen, instituten of centra, moet een vervoerdocument worden overgelegd met de gegevens volgens het model van bijlage E. In dit document, dat moet worden ingevuld door de dierenarts die belast is met het toezicht op de instelling, het instituut of het centrum van oorsprong, moet worden vermeld dat de dieren, het sperma, de eicellen of de embryo's afkomstig zijn van een overeenkomstig bijlage C erkende instelling, erkend instituut of erkend centrum. Dit document moet de dieren, het sperma, de eicellen of de embryo's tijdens het vervoer vergezellen.

2. a) Om te worden erkend, moeten de instellingen, instituten of centra ten aanzien van de ziekten waarvoor een aangifteplicht bestaat aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat alle relevante bewijsstukken voorleggen die verband houden met de eisen die in bijlage C zijn vervat.

b) Na ontvangst van het dossier inzake het verzoek om erkenning of hernieuwde erkenning, onderzoekt de bevoegde autoriteit het dossier in het licht van de daarin vermelde inlichtingen en, in voorkomend geval, de resultaten van de ter plaatse verrichte controles.

c) De bevoegde autoriteit trekt de erkenning in overeenkomstig bijlage C, punt 3.

d) De lijst van erkende instellingen, instituten of centra, alsmede iedere wijziging daarvan, wordt door elke Lid-Staat aan de Commissie meegedeeld. De Commissie deelt deze inlichtingen mee aan de andere Lid-Staten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen