Art. 18 Richtlijn 92/65/EEG
1. De Lid-Staten zien erop toe dat de dieren, het sperma, de eicellen en de embryo's als bedoeld in deze richtlijn slechts in de Gemeenschap worden ingevoerd als zij:
- vergezeld gaan van een certificaat dat door de officiële dierenarts wordt opgesteld.
Het modelcertificaat wordt, naar gelang van de soort, opgesteld volgens de procedure van artikel 26,
- voldaan hebben aan de controles van de Richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (10),
- vóór het vertrek naar het grondgebied van de Gemeenschap zijn onderworpen aan een controle door een officiële dierenarts ten einde vast te stellen of de voorwaarden inzake vervoer van Richtlijn 91/628/EEG (11) in acht worden genomen, met name wat de water- en voedselvoorziening betreft,
- wat de in de artikelen 5 tot en met 10 bedoelde dieren betreft, vóór de invoer in quarantaine worden geplaatst op basis van regels die volgens de procedure van artikel 26 moeten worden vastgesteld.
2. In afwachting van de vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van dit artikel blijven de nationale voorschriften met betrekking tot de invoer uit een derde land waarvoor dergelijke voorschriften niet op communautair niveau zijn vastgesteld, van toepassing voor zover zij niet gunstiger zijn dan die van hoofdstuk II.