Art. 18 Richtlijn 92/12/EEG
1. Niettegenstaande het eventuele gebruik van geautomatiseerde procedures gaat elk accijnsprodukt dat zich onder de schorsingsregeling in het verkeer tussen de grondgebieden van verschillende Lid-Staten bevindt, vergezeld van een door de afzender opgesteld document, namelijk een administratief of een commercieel document. Vorm en inhoud van dat document worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24 van deze richtlijn.
2. Met het oog op de identificatie en de controle van de goederen moeten de colli worden geteld en moeten de produkten worden beschreven aan de hand van het in lid 1 bedoelde document; eventueel moet elke laadruimte door de afzender worden verzegeld wanneer het vervoermiddel kan worden erkend als geschikt voor verzegeling door de Lid-Staat van vertrek of moeten de colli door de afzender worden verzegeld.
3. Indien de geadresseerde geen erkend entrepothouder of geregistreerd bedrijf is, moet, niettegenstaande artikel 17, het in lid 1 genoemde document vergezeld gaan van een document waarin wordt verklaard dat de accijns in de Lid-Staat van bestemming is betaald of dat enige andere methode om de inning van die accijns te waarborgen, is gevolgd, onder de voorwaarden vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van bestemming.
Bovengenoemd document moet de volgende gegevens bevatten:
- het adres van het betrokken kantoor van de belastingautoriteiten van de Lid-Staat van bestemming;
- de datum en de referentie van de betaling of van de aanvaarding door dit kantoor van de zekerheid voor de betaling.
4. Lid 1 is niet van toepassing wanneer de accijnsprodukten zich onder dekking van een in artikel 5, lid 2, bedoelde regeling in het verkeer bevinden.
5. Onverminderd artikel 3, lid 1, mogen de Lid-Staten hun voorschriften betreffende het verkeer en de opslag van grondstoffen die worden gebruikt voor de vervaardiging of de bereiding van accijnsprodukten handhaven.