Art. 16 Richtlijn 92/12/EEG

Richtlijn 92/12/EEG

1. In afwijking van artikel 15, lid 1, kan de geadresseerde een bedrijf zijn dat niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder bezit. Dit bedrijf mag bij de uitoefening van zijn beroep accijnsprodukten onder de schorsingsregeling uit andere Lid-Staten ontvangen. Het mag deze produkten evenwel noch voorhanden hebben noch verzenden onder schorsing van accijns.

De Lid-Staten kunnen, met inachtneming van het Gemeenschapsrecht, specifieke voorschriften ter uitvoering van deze bepaling vaststellen voor accijnsprodukten die vallen onder een bijzondere nationale distributieregeling die verenigbaar is met het Verdrag.

2. Het in lid 1 bedoelde bedrijf kan, voorafgaand aan de ontvangst van de goederen, verzoeken om registratie bij de belastingautoriteiten van zijn Lid-Staat.

Het geregistreerde bedrijf moet zich aan de onderstaande voorschriften houden:

a) de betaling van de accijnzen waarborgen onder de voorwaarden die de belastingautoriteiten van zijn Lid-Staat hebben vastgesteld, onverminderd artikel 15, lid 4, waarin de verantwoordelijkheid van de erkend entrepothouder van verzending, en, in voorkomend geval, van de vervoerder is vastgelegd;

b) een administratie voeren van de leveringen der produkten;

c) de produkten op verzoek tonen;

d) controle of inventarisatie toelaten.

Voor dit bedrijf wordt de accijns verschuldigd bij de ontvangst van de goederen en wordt hij voldaan op de door elke Lid-Staat vastgestelde wijze.

3. Indien het in lid 1 bedoelde bedrijf niet bij de belastingautoriteiten van zijn Lid-Staat geregistreerd is, moet het zich aan de onderstaande voorschriften houden:

a) voorafgaand aan de verzending van de goederen aangifte doen bij de belastingautoriteiten van de Lid-Staat van bestemming en de betaling van de accijns waarborgen, onverminderd het bepaalde in artikel 15, lid 4, waarin de verantwoordelijkheid van de erkend entrepothouder van verzending en, in voorkomend geval, van de vervoerder is vastgelegd;

b) de accijns van de Lid-Staat van bestemming bij de ontvangst van de goederen voldoen op de door die Lid-Staat vastgestelde wijze;

c) elke controle toelaten waardoor de overheidsdienst van de Lid-Staat van bestemming zich kan vergewissen van de daadwerkelijke ontvangst van de goederen en van de betaling van de accijns waartoe deze aanleiding geven.

4. Behoudens de leden 2 en 3, zijn de bepalingen van deze richtlijn inzake het verkeer van accijnsprodukten dat onder de schorsingsregeling plaatsvindt, van toepassing.

Uitspraken die dit artikel aanhalen