Art. 23 Richtlijn 92/12/EEG
1. Accijnsprodukten zijn vrijgesteld van betaling van accijns wanneer zij bestemd zijn:
- om te worden geleverd in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen;
- voor de als zodanig door de overheidsinstanties van de Lid-Staat van ontvangst erkende internationale organisaties, alsmede voor de leden van die organisaties, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij de internationale overeenkomsten tot oprichting van deze organisaties of bij de zetelovereenkomsten;
- voor de strijdkrachten van alle Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag, met uitzondering van de Lid-Staat waarin de accijns verschuldigd is, alsmede voor de gewapende strijdkrachten bedoeld in artikel 1 van Beschikking 90/640/EEG(5) , voor het gebruik door deze strijdkrachten, door het burgerlijk personeel dat hen vergezelt of voor de bevoorrading van hun messes of kantines;
- om te worden verbruikt in het kader van een met derde landen of internationale organisaties gesloten overeenkomst voor zover zo'n overeenkomst wordt aanvaard of toegestaan op het gebied van vrijstelling van BTW.
Totdat een uniforme belastingregeling wordt vastgesteld zijn deze vrijstellingen van toepassing onder de voorwaarden en binnen de grenzen die door de Lid-Staat van ontvangst zijn bepaald. De vrijstelling kan worden toegekend volgens een procedure inzake teruggaaf van accijns.
2. De Raad kan met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, iedere Lid-Staat machtigen om met een derde land of een internationale organisatie een overeenkomst te sluiten die vrijstellingen van accijns kan bevatten.
De Staat die een dergelijke overeenkomst wenst te sluiten, legt de zaak aan de Commissie voor en verstrekt alle voor de beoordeling dienstige gegevens. De Commissie stelt de overige Lid-Staten daarvan binnen een maand in kennis. Het besluit van de Raad wordt geacht te zijn genomen indien de aangelegenheid niet in de Raad aan de orde is gesteld binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf deze kennisgeving.
3. De in de volgende richtlijnen vervatte bepalingen betreffende de accijnsrechten zijn vanaf 31 december 1992 niet langer van kracht:
- Richtlijn 74/651/EEG(6) ,
- Richtlijn 83/183/EEG(7) ,
- Richtlijn 68/297/EEG(8) .
4. De bij Richtlijn 69/169/EEG(9) vastgestelde bepalingen inzake accijns zijn vanaf 31 december 1992 niet langer van kracht wat de betrekkingen tussen de Lid-Staten betreft.
5. Totdat de Raad met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, communautaire bepalingen betreffende de bevoorrading van schepen en luchtvaartuigen aanneemt, mogen de Lid-Staten hun nationale voorschriften ter zake handhaven.