Rb. Zeeland-West-Brabant 30 september 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4252
Omzetbelasting / nihiltarief in verband met fiscale vertegenwoordiging? Belanghebbende is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk (VK) en heeft accijnsgoederen overgebracht vanuit het VK naar een accijnsgoederenplaats (AGP) in Nederland. Vervolgens heeft zij deze accijnsgoederen geleverd aan een eveneens niet in Nederland gevestigde ondernemer waarbij de goederen zijn vervoerd van de AGP naar een andere AGP in Nederland. De rechtbank overweegt dat voor toepassing van het nihiltarief zowel de niet in Nederland gevestigde leverancier als de niet in Nederland gevestigde afnemer over een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland dient te beschikken. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij zich bij de levering fiscaal liet vertegenwoordigen. Zij heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat het vertrouwens- en/of het gelijkheidsbeginsel zijn geschonden. Wel vermindering van de naheffingsaanslag en de verzuimboete omdat 19% van de ontvangen vergoeding is nageheven en niet kan worden gezegd dat aannemelijk is dat belanghebbende de belasting nog op de afnemer zal kunnen verhalen. Tot slot heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl