Art. 16 Verordening (EEG) nr. 2092/91
1. Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
2. Binnen negen maanden na de inwerkingtreding van deze verordening leggen de Lid-Staten de artikelen 8 en 9 ten uitvoer.
3. Artikel 5, artikel 8, lid 1, en artikel 11, lid 1, worden twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing.
Wanneer op een verzoek van een derde land om opneming in de in artikel 11, lid 1, onder a), genoemde lijst, niet binnen de in de eerste alinea genoemde termijn kan worden beschikt, gelet op de stand van het onderzoek met betrekking tot dat verzoek, kan volgens de procedure van artikel 14 de termijn waarna artikel 11, lid 1, op de invoer uit dat derde land moet worden toegepast, worden verlengd met een nader te bepalen termijn.
Om de in bijlage I, punt 1, bedoelde omschakelingsperiode te respecteren, wordt het tijdvak dat verstreken is vóór de inwerkingtreding van deze verordening meegerekend voor zover de marktdeelnemer ten genoegen van de controleorganisatie kan aantonen dat hij gedurende dit tijdvak heeft geproduceerd volgens de vigerende nationale bepalingen of, bij ontstentenis hiervan, volgens de erkende internationale normen op het gebied van de biologische produktie.
4. Gedurende twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de Lid-Staten in afwijking van artikel 6, lid 1, toestaan dat op hun grondgebied produkten worden gebruikt die stoffen bevatten die niet in bijlage II zijn opgenomen, voor zover zij van oordeel zijn dat is voldaan aan de in artikel 7, lid 1, genoemde voorwaarden.
5. Gedurende een termijn die twaalf maanden na de opstelling van bijlage VI overeenkomstig artikel 5, lid 7, verstrijkt, kunnen de Lid-Staten volgens hun nationale bepalingen het gebruik van stoffen die niet in deze bijlage VI voorkomen, blijven toestaan.
6. De Lid-Staten stellen de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis van de stoffen die zij krachtens de leden 4 en 5 toestaan.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.