Art. 7 Richtlijn 91/439/EEG
1. De afgifte van het rijbewijs is eveneens aan de volgende voorwaarden onderworpen:
a)de aanvrager moet overeenkomstig het bepaalde in bijlage II met goed gevolg een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag en een theoretisch examen ondergaan, alsmede voldoen aan de medische normen van bijlage III;
b)de aanvrager moet zijn gewone verblijfplaats hebben op het grondgebied van de Lid-Staat die het rijbewijs afgeeft, of het bewijs leveren dat hij ten minste 6 maanden in een onderwijsinstelling in de Lid-Staat is ingeschreven.
2. Onverminderd de ter zake door de Raad aan te nemen bepalingen, behoudt elke Lid-Staat het recht om de geldigheidsduur van de door hem afgegeven rijbewijzen vast te stellen volgens nationale criteria.
3. Na instemming van de Commissie kunnen de Lid-Staten van de bepalingen van bijlage III afwijken, wanneer die
afwijkingen verenigbaar zijn met de vooruitgang van de medische wetenschap en met de in die bijlage omschreven beginselen.
4. Onverminderd de nationale strafrechtelijke en politiële bepalingen kunnen de Lid-Staten na raadpleging van de Commissie voor de afgifte van het rijbewijs nationale voorschriften laten gelden die andere dan de in deze richtlijn vervatte voorwaarden behelzen.
5. Een ieder kan slechts houder zijn van één enkel door een Lid-Staat afgegeven rijbewijs.