Art. 6 Richtlijn 91/439/EEG
1. De afgifte van het rijbewijs is aan de volgende voorwaarden inzake leeftijd onderworpen:
a)leeftijdsgrens 16 jaar:
-voor subcategorie A1;
-voor subcategorie B1;
b)leeftijdsgrens 18 jaar:
-voor categorie A; voor het besturen van motorrijwielen met een vermogen van meer dan 25 kW of een vermogen/gewichtsverhouding van meer dan 0,16 kW/kg (of van motorrijwielen met zijspan
met een vermogen/gewichtsverhouding van meer dan 0,16 kW/kg) is echter een rijervaring van ten minste twee jaar op minder zware motorrijwielen met rijbewijs A vereist. Deze eis in verband met de rijervaring hoeft echter niet te worden gesteld aan kandidaten van 21 jaar en ouder die slagen voor een specifiek examen inzake rijvaardigheid en het rijgedrag;
-voor de categorieën B, B+E;
-voor de categorieën C, C+E en de subcategorieën C1, C1+E, onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer(5) betreffende het besturen van deze voertuigen;
c)leeftijdsgrens 21 jaar:
voor de categorieën D, D+E en de subcategorieën D1, D1+E, onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3820/85 betreffende het besturen van deze voertuigen.
2. De Lid-Staten kunnen van de voor de categorieën A, B en B+E vastgestelde minimumleeftijd afwijken en het desbetreffende rijbewijs afgeven vanaf 17 jaar. Dit is echter niet van toepassing op de in lid 1, onder b), eerste streepje, laatste zin, bedoelde bepalingen voor categorie A.
3. De Lid-Staten kunnen weigeren een rijbewijs waarvan de houder nog geen 18 jaar oud is, als een op hun grondgebied geldig rijbewijs te erkennen.