Art. 6

De Lid-Staten zien erop toe dat kredietinstellingen en financiële instellingen alsmede de leiding en de werknemers daarvan ten volle samenwerken met de voor de bestrijding van het witwassen van geld verantwoordelijke autoriteiten:

- door die autoriteiten uit eigen beweging ieder feit te melden dat zou kunnen wijzen op witwassen van geld;

- door die autoriteiten op hun verzoek alle vereiste inlichtingen te verstrekken overeenkomstig de volgens het geldende recht vastgestelde procedures.

De bovenbedoelde inlichtingen worden verstrekt aan de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van het witwassen van geld in de Lid-Staat op welks grondgebied de instelling die de inlichtingen heeft verstrekt, zicht bevindt. De inlichtingen worden normaliter verstrekt door de persoon of personen die overeenkomstig de procedures van artikel 11, punt 1, is of zijn aangewezen door de kredietinstellingen en financiële instellingen.

De overeenkomstig de eerste alinea aan de autoriteiten verstrekte inlichtingen mogen uitsluitend worden gebruikt voor de bestrijding van het witwassen van geld. De Lid-Staten kunnen evenwel voorschrijven dat deze inlichtingen eveneens voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen