Art. 7

De Lid-Staten zien erop toe dat kredietinstellingen en financiële instellingen zich onthouden van het uitvoeren van transacties waarvan zij weten of vermoeden dat deze met het witwassen van geld verband houden, totdat zij de in artikel 6 bedoelde autoriteiten daarover hebben ingelicht. Deze autoriteiten kunnen onder de in hun nationale wetgeving bepaalde voorwaarden opdracht geven de transactie niet uit te voeren. Indien wordt vermoed dat een dergelijke transactie leidt tot het witwassen van geld en wanneer het niet mogelijk is zich te onthouden of indien daardoor de vervolging van de begunstigden van een vermoedelijke witwastransactie belemmerd zou worden, verstrekken de betrokken instellingen de vereiste informatie onmiddelijk daarna.

Uitspraken die dit artikel aanhalen