Art. 1 Richtlijn 91/308/EEG
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
- "kredietinstelling": een instelling als omschreven in artikel 1, eerste streepje, van Richtlijn 77/780/EEG (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 89/646/EEG (5), alsmede een bijkantoor, als omschreven in artikel 1, derde streepje, van voornoemde richtlijn in de Gemeenschap, van een kredietinstelling met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap;
- "financiële instelling": een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdwerkzaamheid bestaat in het verrichten van een of meer van de werkzaamheden die zijn opgenomen onder de nummers 2 tot en met 12 en onder nummer 14 van de lijst in de bijlage bij Richtlijn 89/646/EEG, alsmede een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig Richtlijn 79/267/EEG (6), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/619/EEG (7), vergunning is verleend, voor zover zij activiteiten verricht die onder Richtlijn 79/267/EEG vallen; deze omschrijving omvat ook de bijkantoren in de Gemeenschap van financiële instellingen met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap;
- "witwassen van geld": de hierna genoemde daden, indien opzettelijk begaan:
- de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij deze activiteit is betrokken, te helpen te ontkomen aan de wettelijke gevolgen van zijn daden;
- het verhelen of verhullen van de werkelijke aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing, rechten op of de eigendom van voorwerpen, wetende dat deze verworven zijn uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;
- de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van verkrijging, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;
- deelneming aan, medeplichtigheid tot, poging tot, hulp aan, aanzetten tot, vergemakkelijken van, of het geven van raad met het oog op het begaan van een van de in de voorgaande punten bedoelde daden.
Medeweten, oogmerk of opzet, vereist als bestanddeel van de hierboven bedoelde activiteiten, kunnen worden afgeleid uit objectieve feitelijke omstandigheden.
Er is ook sprake van witwassen van geld indien de activiteiten die ten grondslag liggen aan de wit te wassen voorwerpen gelokaliseerd zijn op het grondgebied van een andere Lid-Staat of op dat van een derde Staat;
- "eigendom": goederen van elke soort, hetzij lichamelijk hetzij onlichamelijk, hetzij roerend hetzij onroerend, hetzij tastbaar hetzij ontastbaar, en rechtsbescheiden waaruit de eigendom of andere rechten ten aanzien van deze goederen blijken;
- "criminele activiteit": een in artikel 3, lid 1, onder a), van het Verdrag van Wenen omschreven strafbaar feit, evenals elke andere criminele activiteit die voor deze richtlijn door iedere Lid-Staat als zodanig is omschreven;
- "bevoegde autoriteiten": de nationale autoriteiten die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen met het toezicht op kredietinstellingen of op financiële instellingen zijn belast.