Art. 4 Richtlijn 91/308/EEG

Richtlijn 91/308/EEG

De Lid-Staten zien erop toe dat kredietinstellingen en financiële instellingen, met het oog op gebruik als bewijsstuk bij een onderzoek naar het witwassen van geld, zorgen voor bewaring van:

- wat betreft de identificatie, afschriften van of verwijzingen naar de verlangde stukken, gedurende een periode van ten minste vijf jaar na beëindiging van de betrekking met hun cliënt;

- wat betreft de transacties, de bewijsstukken en registratie, zijnde de originele stukken of de afschriften die krachtens hun nationale wetgeving een zelfde bewijskracht hebben, gedurende ten minste vijf jaar vanaf de uitvoering van de transacties.