Art. 18 Tweede Richtlijn 90/619/EEG
1. De ondernemingen die krachtens artikel 13, lid 3, van de Eerste Richtlijn gelijktijdig de in de bijlage van Richtlijn 73/239/EEG en de in artikel 1 van de Eerste Richtlijn vermelde werkzaamheden uitoefenen, mogen voor een van de in de Eerste Richtlijn bedoelde branches verbintenissen aangaan in het kader van dienstverrichting als bedoeld in artikel 13 van deze richtlijn . Zij mogen ook verbintenissen aangaan in het kader van de dienstverrichting als bedoeld in artikel 12, indien het recht van de Lid-Staat van dienstverrichting zulks op het tijdstip van kennisgeving van deze richtlijn of op een later tijdstip toestaat, en tot en met 31 december 1995 in de overige Lid-Staten .
2. Het onderhavige artikel wordt opnieuw bezien in het licht van het verslag dat de Commissie overeenkomstig artikel 39, lid 2, van de Eerste Richtlijn opstelt .