Art. 16 Tweede Richtlijn 90/619/EEG

Tweede Richtlijn 90/619/EEG

De wetgeving van de Lid-Staten bepaalt dat een in een Lid-Staat gevestigde onderneming aldaar in het kader van dienstverrichting vanuit een vestiging in een andere Lid-Staat ten minste de volgende verbintenissen kan aangaan :

_ de in artikel 10 bedoelde verbintenissen, wanneer deze worden aangegaan overeenkomstig artikel 13;

_ de in artikel 10 bedoelde, anders dan overeenkomstig artikel 13 aangegane verbintenissen, wanneer zij behoren tot branches waarvoor de in de eerste Lid-Staat gevestigde onderneming niet overeenkomstig artikel 6 van de Eerste Richtlijn vergunning heeft gekregen .

Indien deze onderneming in het laatstgenoemde geval daarentegen wel deze vergunning heeft, kan de eerste Lid-Staat deze dienstverrichting verbieden .

Vorige artikelen

Volgende artikelen