Art. 7 Richtlijn 90/425/EEG
1. De Lid-Staten zien erop toe dat bij de controles op plaatsen waar dieren of produkten als bedoeld in artikel 1 uit derde landen op het grondgebied van de Gemeenschap kunnen worden binnengebracht, zoals havens, luchthavens en grensovergangen met derde landen, de volgende maatregelen worden getroffen:
a) controle van de certificaten of documenten die de dieren of produkten vergezellen;
b) dieren of produkten die uit derde landen worden ingevoerd, moeten onder douanetoezicht naar de inspectieposten worden gebracht waar de veterinaire controles worden verricht.
De in bijlage A bedoelde dieren of produkten kunnen pas worden ingeklaard wanneer bij deze controles is gebleken dat zij in overeenstemming zijn met de communautaire voorschriften;
c) dieren of produkten van communautaire oorsprong worden aan de in artikel 5 voorgeschreven controleregels onderworpen.
2. De in bijlage B bedoelde dieren of produkten of op basis van nationale veterinairrechtelijke normen ingevoerde dieren of produkten dienen rechtstreeks op het grondgebied van de Gemeenschap te worden binnengebracht via een van de controleposten van de Lid-Staat die hen wenst in te voeren en aldaar overeenkomstig lid 1, onder b), te worden geïnspecteerd.
Wanneer Lid-Staten op basis van nationale veterinairrechtelijke voorschriften dieren of produkten uit derde landen invoeren, stellen zij de Commissie en de overige Lid-Staten -
en met name de Lid-Staten van doorvoer - daarvan op de hoogte, alsmede van hun voorschriften inzake deze invoer.
De Lid-Staten van bestemming verbieden dat de in de tweede alinea bedoelde dieren - wanneer die nog niet gedurende de in specifieke communautaire voorschriften genoemde periodes op hun grondgebied hebben verbleven - of produkten vanaf hun grondgebied opnieuw worden verzonden, behalve, zonder doorvoer, naar een andere Lid-Staat die van dezelfde mogelijkheid gebruik maakt.
In afwachting van communautaire voorschriften mogen deze dieren of produkten evenwel op het grondgebied van een andere dan de in de tweede alinea bedoelde Lid-Staat worden binnengebracht na voorafgaande algemene instemming van deze andere Lid-Staat en zo nodig van een Lid-Staat van doorvoer met de controleregeling. Zij stellen de Commissie en de andere Lid-Staten, in het Permanent Veterinair Comité bijeen, in kennis van de toepassing van deze afwijking en van de overeengekomen controleregeling.
3. In afwijking van lid 1 worden evenwel na 1 januari 1993 op alle dieren of produkten die rechtstreeks via geregelde lijndiensten tussen twee plaatsen op het geografische grondgebied van de Gemeenschap worden vervoerd, de in artikel 5 bedoelde controlevoorschriften toegepast.