Art. 6 Richtlijn 90/425/EEG
1. Wanneer in de communautaire voorschriften of, voor nog niet geharmoniseerde gebieden, de nationale voorschriften met inachtneming van de algemene bepalingen van het Verdrag is bepaald dat levende dieren in quarantaine moeten worden geplaatst, is de quarantaineplaats gewoonlijk het bedrijf van bestemming.
2. Wanneer zulks vanuit veterinair oogpunt gerechtvaardigd is, kan voor de plaatsing onder quarantaine een quarantainestation dienen. Dat station moet dan als plaats van bestemming van de zending worden beschouwd. De betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van de redenen van deze maatregel in kennis.
3. De bepalingen betreffende quarantaine en de quarantaineplaatsen dienen in het kader van de in artikel 21, tweede alinea, bedoelde veterinaire voorschriften te worden medegedeeld.