Art. 5

1. De Lid-Staten van bestemming passen de volgende controlemaatregelen toe:

a) de bevoegde autoriteit kan op de plaats van bestemming van de dieren of de produkten via steekproefsgewijze en niet-discriminerende veterinaire controles nagaan of aan artikel 3 is voldaan; zij kan bij die gelegenheid monsters nemen.

Bovendien kunnen er controles worden verricht tijdens het vervoer van dieren of produkten op haar grondgebied wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van doorvoer of van de Lid-Staat van bestemming over gegevens beschikt die een overtreding doen vermoeden;

b) voorts indien de in artikel 1 bedoelde dieren van oorsprong zijn uit een andere Lid-Staat en bestemd zijn voor:

iii) een erkende markt of verzamelplaats als omschreven in de communautaire voorschriften, is de exploitant verantwoordelijk voor de toelating van dieren die niet aan de voorschriften van artikel 3, lid 1, voldoen.

De bevoegde autoriteit moet middels niet-discriminatoire controles van de begeleidende certificaten en/of documenten nagaan of de dieren aan deze vereisten voldoen;

iii)

een slachthuis dat onder toezicht van een officiële dierenarts staat, moet deze, met name met behulp

van het geleidecertificaat of -document, erop toezien dat alleen dieren worden geslacht die voldoen aan de voorschriften van artikel 3, lid 1.

De beheerder van het slachthuis is aansprakelijk voor de slachting van de dieren die niet voldoen aan de vereisten van artikel 3, lid 1, onder c) en d);

iii)

een geregistreerde handelaar die de partijen verdeelt, of een inrichting die niet onder permanente controle staat, moet deze handelaar of inrichting door de bevoegde autoriteit als de ontvanger van de dieren worden beschouwd en zijn de in de tweede alinea genoemde voorwaarden van toepassing;

iv)

bedrijven, een centrum of instelling alsook wanneer gedeeltelijke lossing plaatsvindt tijdens het vervoer, moet elk dier of elke groep dieren overeenkomstig artikel 3, lid 1, vergezeld gaan van het origineel van het gezondheidscertificaat of het geleidedocument tot ontvangst door de ontvanger die vermeld staat in dat document.

De onder de punten iii) en iv) bedoelde ontvangers moeten vóór elke verdeling van een partij of bij elke verdere verhandeling nagaan of de in artikel 3, lid 1, onder c) en d), bedoelde identificatiemerken, certificaten of documenten aanwezig zijn, en nalatigheden of onregelmatigheden bij de bevoegde autoriteit aangeven en in dit laatste geval de betrokken dieren in afzondering houden totdat de bevoegde autoriteit heeft beslist wat ermee moet gebeuren.

De door de onder de punten iii) en iv) bedoelde ontvangers te verstrekken garanties worden vastgesteld in het kader van een overeenkomst die bij de in artikel 12 bedoelde voorafgaande registratie met de bevoegde autoriteit moet worden ondertekend. Deze laatste gaat door middel van steekproefsgewijze controles na of deze garanties in acht worden genomen.

De bepalingen van dit punt zijn mutatis mutandis van toepassing op de ontvangers van de in artikel 1 bedoelde produkten.

2. Alle ontvangers genoemd op het certificaat of document bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d),

a) dienen op verzoek van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van bestemming, voor zover zulks noodzakelijk is voor het verrichten van de in lid 1 bedoelde controles, de aankomst van dieren of produkten afkomstig uit een andere Lid-Staat van tevoren aan te melden, met name de aard van de zending en de voorzienbare datum van aankomst.

De termijn voor kennisgeving bedraagt in het algemeen evenwel niet meer dan één dag; in uitzonderlijke omstandigheden kunnen de Lid-Staten niettemin eisen dat de aanmelding twee dagen van tevoren geschiedt.

Deze aanmelding is niet vereist voor geregistreerde paarden voorzien van een in Richtlijn 90/427/EEG bedoeld identificatiedocument;

b) bewaren de in artikel 3 bedoelde gezondheidscertificaten of documenten gedurende een door de bevoegde autoriteit vast te stellen periode van minimaal zes maanden zodat deze desgevraagd aan de bevoegde autoriteit kunnen worden getoond.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 of, in voorkomend geval, van artikel 19.

Uitspraken die dit artikel aanhalen