Art. 9 Verordening (EEG) nr. 4064/89, Verwijzing naar de bevoegde autoriteiten van de

Verordening (EEG) nr. 4064/89

Lid-Staten

1. De Commissie kan bij beschikking, die zij onverwijld aan de betrokken ondernemingen meedeelt en waarvan zij de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten in kennis stelt, een aangemelde concentratie naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat verwijzen onder de volgende voorwaarden .

2. Binnen drie weken na de ontvangst van het afschrift van de aanmelding kan een Lid-Staat de Commissie ervan in kennis stellen - welke mededeling door haar aan de betrokken ondernemingen wordt verstrekt - dat door een concentratie een machtspositie dreigt te ontstaan of te worden versterkt waardoor een daadwerkelijke mededinging op significante wijze wordt belemmerd op een markt binnen deze Lid-Staat die alle kenmerken vertoont van een afzonderlijke markt, ongeacht de vraag of het al dan niet gaat om een wezenlijk deel van de gemeenschappelijke markt .

3. Indien de Commissie van oordeel is dat, gelet op de markt van de betrokken goederen of diensten en de in aanmerking te nemen geografische markt in de zin van lid 7, een dergelijke afgebakende markt en een dergelijke dreiging bestaan :

a) behandelt zij zelf het geval ten einde een daadwerkelijke mededinging op de betrokken markt te handhaven of te herstellen, of

b) verwijst zij de zaak door naar de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat met het oog op de toepassing van diens nationale mededingingswetgeving .

Indien de Commissie evenwel meent dat een dergelijke markt of een dergelijke dreiging niet bestaat, geeft zij een beschikking in die zin welke zij tot de betrokken Lid-Staten richt .

4. Beschikkingen tot verwijzing of houdende weigering tot verwijzing overeenkomstig lid 3 worden gegeven :

a) in het algemeen binnen de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, gestelde termijn van zes weken, wanneer de

Commissie de procedure niet heeft ingeleid overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder b ); dan wel

b) uiterlijk binnen drie maanden na de aanmelding van de betrokken concentratie wanneer de Commissie de procedure overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c ), heeft ingeleid, zonder voorbereidende stappen tot het nemen van de maatregelen welke krachtens artikel 8, lid 2, tweede alinea, lid 3 of lid 4, noodzakelijk zijn om een daadwerkelijke mededinging op de betrokken markt te handhaven of te herstellen .

5. Indien de Commissie binnen de in lid 4, onder b ), gestelde termijn van drie maanden, ondanks een door de betrokken Lid-Staat aan haar gerichte herinnering, niet de in lid 3 bedoelde beschikking tot verwijzing of houdende weigering van verwijzing heeft gegeven, noch de in lid 4, onder b ), bedoelde voorbereidende stappen heeft genomen, wordt zij geacht te hebben besloten het geval naar de betrokken Lid-Staat te verwijzen overeenkomstig lid 3, onder b ).

6. De bekendmaking van de verslagen of de aankondiging van de conclusies van het onderzoek van de betrokken concentratie door de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat vindt uiterlijk vier maanden na de verwijzing door de Commissie plaats .

7. De in aanmerking te nemen geografische markt wordt gevormd door een gebied waarin de betrokken ondernemingen een rol spelen bij vraag en aanbod van goederen en diensten, waarin de mededingingsvoorwaarden voldoende homogeen zijn, en dat van de aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden, met name vanwege de mededingingsvoorwaarden die duidelijk afwijken van welke in die gebieden heersen . Bij die beoordeling wordt met name rekening gehouden met de aard en de kenmerken van de betrokken produkten of diensten, het bestaan van hinderpalen voor de toegang tot de markt, voorkeuren van consumenten, alsmede het bestaan tussen het betrokken gebied en de aangrenzende gebieden van aanzienlijke verschillen in marktaandelen van ondernemingen of van wezenlijke prijsverschillen .

8. Voor de toepassing van dit artikel kan de betrokken Lid-Staat slechts de maatregelen treffen die strikt nodig zijn voor het handhaven of herstellen van een daadwerkelijke mededinging op de betrokken markt .

9. Overeenkomstig de ter zake dienende bepalingen van het Verdrag kan elke Lid-Staat een beroep bij het Hof van Justitie instellen en in het bijzonder de toepassing vragen van artikel 186, zulks ten einde te bewerkstelligen dat zijn nationale mededingingswetgeving wordt toegepast .

10. Uiterlijk vóór het einde van het vierde jaar volgende op de aanneming van deze verordening wordt dit artikel aan een hernieuwd onderzoek onderworpen .