Art. 13 Verordening (EEG) nr. 4064/89, Bevoegdheden van de Commissie op het gebied van
verificatie
1. Bij de vervulling van de taken welke haar bij deze verordening zijn opgedragen, mag de Commissie bij de ondernemingen en ondernemersverenigingen alle noodzakelijke verificaties verrichten .
Te dien einde beschikken de functionarissen van de Commissie die in haar opdracht handelen, over de volgende bevoegdheden :
a) het controleren van de boeken en bescheiden van het bedrijf;
b) het maken of verlangen van afschriften of uittreksels van de boeken en bescheiden van het bedrijf;
c) het ter plaatse vragen van mondelinge inlichtingen;
d) het betreden van alle lokaliteiten, terreinen en vervoermiddelen van de ondernemingen.
2. De functionarissen die door de Commissie met het uitvoeren van deze verificaties zijn belast, oefenen hun bevoegdheden uit op vertoon van een schriftelijke opdracht waarin melding wordt gemaakt van voorwerp en doel der verificaties, alsmede van de sancties, waarin artikel 14, lid 1, onder c ), van deze verordening inzake het niet volledig tonen van de ter inzage gevraagde boeken of bescheiden voorziet . Alvorens verificatie geschiedt, stelt de Commissie tijdig de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan een verificatie moet worden verricht, schriftelijk in kennis van de opdracht tot verificatie en van de identiteit van de functionarissen die met de uitvoering van deze opdracht zijn belast .
3. De ondernemingen en ondernemersverenigingen zijn verplicht zich aan de verificaties welke de Commissie bij beschikking heeft gelast, te onderwerpen . In deze beschikking wordt melding gemaakt van voorwerp en doel van de verificatie, wordt de datum aangegeven waarop de verificatie een aanvang neemt en gewezen op de in artikel 14, lid 1, onder d ), en artikel 15, lid 1, onder b ), voorziene sancties, alsmede op het recht om bij het Hof van Justitie tegen de beschikking in beroep te gaan .
4. De Commissie stelt de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verificatie moet geschieden, tijdig schriftelijk in kennis van haar voornemen een beschikking overeenkomstig lid 3, te geven . Zij geeft haar beschikking na deze autoriteit te hebben gehoord.
5. Functionarissen van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verificatie moet worden verricht, kunnen, op verzoek van deze autoriteit of van de Commissie, de functionarissen van de Commissie bij het vervullen van hun opdracht bijstaan .
6. Wanneer een onderneming of ondernemersvereniging zich verzet tegen een verificatie waartoe krachtens dit artikel opdracht is gegeven, verleent de betrokken Lid-Staat aan de functionarissen aan wie de Commissie opdracht tot verificatie heeft gegeven, de nodige bijstand ten einde hun de vervulling van deze opdracht mogelijk te maken . Te dien einde nemen de Lid-Staten binnen één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en na raadpleging van de Commissie, de nodige maatregelen .