Art. 8 Verordening (EEG) nr. 4064/89, Bevoegdheid van de Commissie tot het geven van
beschikkingen
1. Elke procedure die is ingeleid overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c ), wordt overeenkomstig de leden 2 tot en met 5 van dit artikel bij beschikking afgesloten, onverminderd artikel 9 .
2. Indien de Commissie vaststelt dat een aangemelde concentratie, eventueel na door de betrokken ondernemingen gewijzigd te zijn, voldoet aan het in artikel 2, lid 2, gedefinieerde criterium, geeft zij een beschikking waarbij zij verklaart dat de concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt is .
Zij kan aan haar beschikking voorwaarden en verplichtingen verbinden die moeten waarborgen dat de betrokken ondernemingen de door hen ten opzichte van de Commissie aangegane verbintenissen om het oorspronkelijke concentratieplan te wijzigen, nakomen . De beschikking waarbij verklaard wordt dat de concentratie verenigbaar is, bevat eveneens de restricties die rechtstreeks verbonden zijn aan en noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van de concentratie .
3. Als de Commissie vaststelt dat een concentratie aan het in artikel 2, lid 3, gedefinieerde criterium voldoet, geeft zij een beschikking waarbij verklaard wordt dat de concentratie onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt .
4. Indien de concentratie reeds tot stand is gebracht, kan de Commissie in de overeenkomstig lid 3 gegeven beschikking of in een afzonderlijke beschikking de scheiding van de samengevoegde ondernemingen of vermogensbestanddelen,
de beëindiging van de gemeenschappelijke controle of elke andere geëigende maatregel gelasten om weer een daadwerkelijke mededinging tot stand te brengen .
5. De Commissie kan haar beschikking uit hoofde van lid 2 intrekken :
a) indien de verklaring van verenigbaarheid berust op onjuiste gegevens, waarvoor één van de betrokken ondernemingen verantwoordelijk is of wanneer zij met bedrog is verkregen, of
b) indien de betrokken ondernemingen in strijd met één van de bij de beschikking opgelegde verplichtingen handelen .
6. In de in lid 5 genoemde gevallen kan de Commissie uit hoofde van lid 3 een beschikking geven zonder gebonden te zijn aan de in artikel 10, lid 3, genoemde termijn .