Art. 12 Verordening (EEG) nr. 4064/89, Verificaties door de autoriteiten van de Lid-Staten

Verordening (EEG) nr. 4064/89

1. Op verzoek van de Commissie verrichten de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten de verificaties welke de Commissie op grond van artikel 13, lid 1, nodig oordeelt of welke zij krachtens artikel 13, lid 3, bij beschikking heeft gelast . De functionarissen van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten die met de uitvoering van de verificaties belast zijn, oefenen hun bevoegdheden uit op vertoon van een schriftelijke opdracht, die wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verificatie moet worden verricht . In deze opdracht wordt het voorwerp en het doel van de verificatie vermeld .

2. Functionarissen van de Commissie kunnen op verzoek van de Commissie of van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verificatie moet worden verricht, de functionarissen van die autoriteiten bijstaan bij het vervullen van hun opdracht .