Art. 3 Verordening (EEG) nr. 4064/89, Definitie van concentraties
1. Een concentratie komt tot stand doordat
a) twee of meer voorheen onafhankelijke ondernemingen fuseren
b) of
- één of meer personen die reeds zeggenschap over ten minste één onderneming bezitten, of
- één of meer ondernemingen
door de verwerving van participaties of vermogensbe -
standdelen, bij overeenkomst of op elke andere wijze, rechtstreeks of middellijk zeggenschap over één of meer andere ondernemingen of delen daarvan verkrijgen .
2. Een handeling, met inbegrip van de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming, die een cooerdinatie beoogt of tot stand brengt van het concurrentiegedrag van ondernemingen die onafhankelijk blijven, vormt geen concentratie in de zin van lid 1, onder b ).
Indien de oprichting van een gezamenlijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, niet tot gevolg heeft dat de oprichtende ondernemingen hun concurrentiegedrag cooerdineren of dat deze ondernemingen en de gezamenlijke onderneming hun concurrentiegedrag cooerdineren, vormt zij een concentratie in de zin van lid 1, onder b ).
3. Met het oog op de toepassing van deze verordening berust de zeggenschap op rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of gezamenlijk, met inachtneming van alle feitelijke en juridische omstandigheden, het mogelijk maken een bepalende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name
a) eigendoms - of gebruiksrechten op alle vermogensbe -
standdelen van een onderneming of delen daarvan;
b) rechten of overeenkomsten die een bepalende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de ondernemingsorganen .
4. De zeggenschap wordt verkregen door de persoon/personen of de onderneming/ondernemingen :
a) die zelf rechthebbenden zijn of aan deze overeenkomsten rechten ontlenen, of
b) die, hoewel zij zelf geen rechthebbenden zijn, noch aan deze overeenkomsten rechten ontlenen, de bevoegdheid hebben de daaruit ontstane rechten uit te oefenen .
5. Er is geen sprake van totstandkoming van een concentratie
a) wanneer kredietinstellingen of andere financiële instellingen of verzekeringsmaatschappijen tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van effecten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijke deelnemingen houden die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het concurrentiegedrag van deze onderneming te bepalen of mits zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze onderneming of van haar activa, geheel of gedeeltelijk, of de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen een jaar na de verwerving; deze termijn kan op verzoek door de Commissie verlengd worden, wanneer deze instellingen of maatschappijen aantonen dat de verkoop binnen de gestelde termijn redelijkerwijs niet mogelijk was;
b) wanneer de zeggenschap door een lasthebber van de overheid is verkregen krachtens de wetgeving van een Lid-Staat inzake liquidatie, faillissement, insolventie, staking van betalingen, akkoord of soortgelijke procedures;
c) wanneer de in lid 1, onder b ), bedoelde handelingen worden uitgevoerd door participatiemaatschappijen als bedoeld in lid 3 van artikel 5 van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 84/569/EEG ( 5 ), onder voorbehoud echter dat de stemrechten die aan de in bezit zijnde deelnemingen zijn verbonden, slechts worden uitgeoefend om, met name via de benoeming van de leden van de raden van bestuur en van toezicht van de ondernemingen waarin zij deelnemingen houden, de volledige waarde van deze investeringen veilig te stellen en niet om rechtstreeks of indirect het concurrentiegedrag van die ondernemingen te bepalen .